Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaai. En op de brug staat eene vrouw met een kindje. Johan Doxa zou zweren dat de vrouw weent en dat ze het kindje kust, wanhopig. Hee! Hee! de witte man komt op de vrouw af. Heeft ze niet gegild ? Ze wil vluchten, ze wil vluchten! Ze kan niet. Ze wordt vastgegrepen. Ze wordt omhoog getild. Ze... ze... God in den hemel! Ze wordt over de brug geheven... Ze valt!...

Heeft ze niet gegild P Heeft ze niet gegild, vraag ik P...

En tegen het ijzeren schut stond Johan Doxa. Hooger beeflichtte de dag. De kaai was geheel met sneeuw bedekt. De gevels der huizen staken vuil uit boven de schoone witte sneeuw. Het pitalairken van Johan Doxa was besneeuwd.

— « Dat is toch zonderling, » dacht Johan Doxa, terwijl hij voort opwag-

Sluiten