Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen ook, daar staande in openbare dronkenschap, zag hij het witte kussen, het witte roerlooze gelaat van Julia, de witte handen gevouwen in vrome houding op de blauwe sargie, en het ivoren kruis dat uitarmde, ernstig tot onder de puntige kin.

Lieven Lazare, het hoofd buigend, zei :

— « God beproeft ons uitermate. En Hij treft ons in onze zonden... Laat ons knielen, Johan 1 »

En dat deed Johan Doxa gehoorzaam, maar hij dacht aldoor :

— « Dat is toch een zonderling dingen, niet waar? Het water dat zoo angstig was... en de roode kousen over de groote handen... en het kindje heb ik wel gezien! De vrouw weende over het kindje... Wel! wel toch! Wat een rare boel!... »

Zijne oogen bleven strak op Julia's gelaat gevestigd. Zijn geest puntte op Julia's gelaat.

Sluiten