Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blauw over vuile daken was uitgespannen. Hij stak zijne handen in zijne broekzakken. Met den wijsvinger van zijne rechterhand raakte hij er 't benageld paviljoentje van een kletsdop.Maar hij vond geen neusdoek om zich te snuiten.

Johan Doxa zat 's avonds met zijne moeder in het kleine achterkeukentje dat bij den winkel aanpaalt. Moeder Doxa had den winkel gesloten en bereidde zich om de keukenlamp aan te steken. Johan zei :

— « Maak geen licht, ik bid u. Ik heb u iets te zeggen, lieve moeder. »

Ze zaten aan weerskanten van de oude Leuvensche stoof, en de stoof zong, en het was heerlijk donker. De buik van de stoof glom gelijk een reusachtige, zachtblozende pronkappel. Een purperen glanzing gleed over het vriendelijke aangezicht van moeder Doxa, over hare gevouwen handjes, over haar hoogen boezem, over haar bolle knieën,

Sluiten