Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— « Kom, kom, moedertje, » deed hij, « bekommer u niet om mij. De paters zullen mij niet opeten. Ik moet een beetje boeten, een beetje te kommunie gaan en mis hooren, en dergelijke meer. Ik kom zoo frisch als een botvink terug. »

Hij betastte zijn wegend buikje en zag de kleine vleeschkuiltjes van zijne handen rozig aanglimmen onder de heete kaak van den kachelpot. Inderdaad geloofde hij zelf niet wat hij daar vertelde. In zijne meening moest de retraite iets schrikkelijks zijn, vermits Lieven Lazare ze hem als eene straf opgelegd had. Hij had er den heelen middag met angst over nagedacht: het klooster zou hem eene donkere gevangenis zijn en de Franciscanen akelige cipiers. Hij moest er voorzeker op roggebrood en lauw water leven. Er was daar geen lucht, 's Nachts hoorde men er vreeslijke geraamten rammelen, en 's morgens moest men naakt in zijn

Sluiten