Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kloosterkapel. Hij bleef staan, als om zich te bedenken. Hij bedacht zich en bleef gedachtenloos. Kleine verschrikkingen schoten als elektrische schokjes door zijn lichaam, en toen kwam een licht bedaren in zijn hoofd dat zei:

— « Ge hebt nog een beetje tijd, Johan, waarom moet dat alles zoo vlug gaan ? »

Ook voelde hij nu het vijffrankstuk op de palm van zijne hand plakken en hij trof dadelijk eene prachtige uitkomst.

— «Ik heb daarbinnen, » beweerde hij, « geen geld noodig — geld is duivelsgoed, en moederken kan ik gelukkig maken met 't een en ander, dat ik haar opsturen wil. »

Het klokketorentje verdween uit zijne oogen en hij stapte links om, naar de Steenpoort en de Groote Markt.

Op den Steenpoortweg stonden er karretjes met mosselen, met citroenen, met oranjeappelen en met groenten. Hij keek er niet naar om. Hij ging vóór de

Sluiten