Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De waardin reikte hem den tooghanddoek over en meesmuilde :

— « Ge zijt een beetje vuil over uw voorhoofd. »

— « Ikke ?. »

Hij was zoo vuil als iemand zijn kan, die voortdurig met twee koolzwarte handen in zijn beregend aangezicht heeft gewreven. Uit schaamte vroeg hij een tweede fiesch geus. En ze dronken. En ze praatten over kleine, ledige zaken.

Johan Doxa vertrok bij noenstond. Toen hij te midden van de Groote Markt stond, vroeg hij zich af wat hij hier kwam doen. Hij keek wonderlijk op naar de gulden gildehuizen. Den top van den stadhuistoren zag hij niet, die onder de natte miezeling in eendere grijze kleur verging. Hij duwde zijn hoed tot tegen zijne ooren en stelde vast dat hij honger had. In de nauwe Peper-en-Zoutstraat trof hij eene bescheiden gelegenheid en hij at er sub-

Sluiten