Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter deze pater voortging met eene lange rede waarin de naam van Lieven Lazare, van Jezus, van den heiligen Franciscus beurtelings voorkwamen, heroverde Johan van lieverlede de kluts die hij kwijtgeraakt was. Hij besloot maar te berusten in het onvermijdelijke, liet zich gewillig bepreeken, knikte moedig de les toe waaruit hij geen ander nut zou trekken dan dat hij zich bereid gevoelde zelfs tot den dood.

Pater Hilarius, nadat hij uitgesproken had, zei:

— « Gij zijt dweilnat, dunkt me. Ge moet eten en u verwarmen. Volg me.»

Het was minder een gevoel van eerlijkheid dan de vrees voor wat hij hier te eten zou krijgen, die er Johan toebracht ineens den pater bij de harde mouw te pakken.

— « Nee, » deed hij angstig, « ik bid u, geen eten. Gij zijt al te goed. »

Hij kwam in eene ruime zaal. Er was een breede schouw met een lekker vuur.

Sluiten