Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaart. Ze zweefde over lage landouwen, over steden en dorpen, over wouden en stroomen, over bergen van groen en bergen van sneeuw, en dan daalde ze glijdend en voer over zee, de matelooze, ruischende zee.

Plots ontlook in de stilte een verre muziek. Ze breidde zich uit en ontwikkelde allengerhand zeer hoorbaar hare blijde cadensen. Ze vulde weldra de lucht, met zwellende klankondulatiën, en Johan kon eindelijk herkennen wat daar een fluit deed, een klarinet, een koperen hoorn, een brommende trombone, en al zulke plezante tuigen meer. Een trom klopte de rythmen. 't Werd kermis, kermis in de stad — o, kermis in de ledige ziel van Johan Doxa, die, met één schok, zijne handen weerkreeg, en zijne voeten.

Hij zag nu, alsof hij er bij meehuppelde, den ommegang van de fanfare in Onze - Lieve - Vrouw - te - Roo je -wijk. Hij zag de kinderen dansen, hij snoof

Sluiten