Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een paasch-os, Johan Doxa, geflankeerd door de twee mooie marolle-deernen. Dan de woeling der uitgenoodigde menigte, die steeds aangroeide. Kinderen huppelden ommendom, de handen zwaaiend omhoog. In den beginne zong men allerhande liedjes, maar weldra, om zooveel lawaai mogelijk te maken, ging zich het repertorium beperken bij één en hetzelfde couplet, dat iedereen goed kon en dat onvermoeid, weer en terug en altijd, werd aangeheven: « En een dikke pens En een snee van 't verken, Boerenleven dat is plezant! Boerenleven dat is plezant! » Er geraakten diep-dronken menschen in het gezelschap. De piston, een blonde reus, had vrijwillig op zich de verantwoordelijkheid van het behoud der orde genomen, en meermaals was hij tot zijn leedwezen verplicht eenige muilperen uit te deelen. Johan bewonderde hem uitermate; en hij betaalde maar. Hij

Sluiten