Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Johan Doxa zijne oogen openstak. Zijne oogen gingen op langs vochtige muren. Ze bleven daar staren op zonderlinge teekeningen en schrifturen. De klok van het Klooster klepte niet. Hij wilde iets vragen...

O, hoe akelig was zijn mond ! Zijne kaken stonden stijf. Een loome pijn hing in zijne leden. Hij keek naar zijne handen, zijne smerige handen, bemorst met bruingedroogde bloedvlekken. Zijn rechterknie stak bloot door een scheur van zijne broek. Zijn hoed lag bij de deur — een platgeblutste hoed met afgerukte randen.

— « Het stinkt hier, » dacht Johan.

Hij kwam moeilijk recht. Zijne beenen waren als bevroren vodden. Hij begon stillekens over zijn hoed te strijken, met werktuiglijke zorgzaamheid.

Toen rinkelde daarbuiten een bussel sleutels en iemand opende deze onbegrijpelijke cel. Het was een soort van politie-agent.

Sluiten