Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scheen in de herbergdeur, gaf rappe inlichtingen aan een bleeke schenkmeid, die schielijk de Fonsny-laan opliep. Ik was, op een draafje, naderbij gekomen. De heer keek me in het aangezicht en, ofschoon hij onder de zwarte randen van zijn galahoed zoo wit uitblekte als een doode, herkende ik in hem, niet zonder verwondering, mijn goeden vriend Menschaert, den toondichter.

— « Wel, Antoon, » zei ik stil, « wat gebeurt hier ? »

Hij hief zenuwachtig zijne schouders op. Zijn rechterhand teekende in de lucht vluggelings een halven cirkel — wat bij hem het gebaar was van een onzeggelijk ongeduld — en hij wenkte mij om binnen te komen.

— «Ik vrees dat het hier erg toegaat,» sprak hij dof.

Inderdaad. Het schouwspel, dat ik in de taveerne te zien kreeg, was zoo schrikkelijk dat ik, op het eerste zicht, ademloos bleef van aandoening. Maar

Sluiten