Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toen ik naderhand een stap nog waagde, werd mij plots het gaslicht een mist van groene dampen en voelde ik den klauw van een zonderling monster, dat, gelijk een nachtmerrie, mijne keel toenijpen kwam.

Ik had, geloof ik, een korten gil geslaakt...

Het was half-zeven, als ik met Menschaert die akelige herberg verliet. De eenige schikking, die nog moest genomen worden, had ik ter regeling aangewend en mijn vriend Antoon, welke waarlijk een allerbraafste jongen is, wilde niet dat ik al dat droeve alleen zou doen.

Hij liep dus mee met mij, maar daar de boodschap geen haast vroeg — integendeel, goede God! — en daar wij beiden zeer vermoeid waren, Besloten wij om maar eerst een kop koffie te

Sluiten