Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebracht, nadat zij een ganschen middag het leelijk sproetengelaat van juffrouw Adelaïde hadden aangegluurd en de zoetzappigheidjes van haar idioot gepraat hadden toegeknikt. Toen ik, omtrent negen uur, zeer buiten Adelaïde's verwachting, haar tafel en haar huis verliet, was ik een kapot stuk jongmensch, dat zich nog alleen herinnerde hoe slecht Zondervan's bourgogne was en hoe afschuwelijk zijne dochter. Ik snakte naar een glas gezond bier en vond het zonder moeite. In Clarenbach waar ik aangeland was, ontmoette ik, bij mijn vierde pint, Slokke, den beeldhouwer, Fritz d'Artois, die als stagiair bij advokaat Forst is aangenomen, administrateur Lemonnier en diens vriend mijnheer Van Dranem, welke mij werd voorgesteld. Deze heeren waren in vroolijk humeur en wij dronken samen eene brave hoeveelheid Munchnerbier, zoodat, door Slokke aangedreven, ik mijn eigen al even

Sluiten