Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Slokke, voor den Schamelen Arme, zooals Slokke zei — hij bedoelde het Stedelijk Armbestuur — ruim twee honderd frank opbracht.

■Ik was toen al tamelijk beschonken. Maar ik herinner mij zeer goed dat in een hoekje bij den toog een zonderling mensch zat toe te kijken. Het is noodig dat ik u vertel hoe hij zich voordeed. Het was — gij weet het natuurlijk — een dik, ingezonken man, een waarvan men gemeenlijk zegt dat hij « zonder ouderdom » is, maar zijn gelaat, dat klaarblijkelijk door een overdadig gebruik van... laat ons zeggen « spiritualiën » was ingevreten, had, ondanks zijne vervallen kleederdracht, ondanks de niet-vrome omgeving, ondanks alles, een zoo kinderlijk, och ja, een zoo « seraphische » uitdrukking dat het mij aandeed buiten mate. Hij keek toe. Hij keek engelachtig het zot bedrijf van den Tscheik en de drie negers toe. Hij lachte niet. Hij scheen ook niet bezorgd.

Sluiten