Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aarzeling bibberde in haren blik. Ze beproefde een nieuwen glimlach.

— « A-zoo ! mijn jongen, » sprak ze, « wat is er tot uwen dienst ? »

Ik bleef nog een tijdje zwijgen. Antoon scheen over de smuisterbakjes eene zorgvuldige keus te doen. Ik schudde treurig het hoofd en vatte moedig aan :

— « Nu, moedertje, wij brengen geen goed nieuws... Het spijt me zoo !... »

Ze sprak niet. Hare oogen werden scherper. De stilte die in het winkeltje kwam spoken, was wezenlijk onverdraaglijk. Ik herinner me (hoe bijtend zijn de indrukken soms!) dat, op dit oogenblik, een scheerslijper al roepend voorbij trok. Ik zei :

— ■ Verschrik niet uitermate, moedertje. Zeker, het leven is heel zoet om leven. Maar wat helpt het, als wij zelf meedoen om ons leed te vergrooten, als wij ons zelf den dood op het lijf jagen ?... D'r is toch niets aan te veranderen, moedertje Doxa... »

Sluiten