Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze was bleek, ineens doodelijk bleek. En de kleine glimlach, die niet weg wilde, werd een grijns van smart. Ze hakkelde :

— «Ja maar, ja maar...»,

Alsof ze zich aan de waarheid wou vastklampen, en een bange logen daarmede kon verweren die schrikkelijk op haar afkwam. God, Gij weet hoe vurig ik toen wenschte dat het inderdaad een logen mocht zijn!

Ik besloot die pijn te verkorten. Ik hernam, diep ademhalend :

— « Uw zoon, moedertje... uw zoon Johan... »

Ze deed stil :

— « Ha-a! »

Heel stil. En ze sloot langzaam hare oogen. Ze zonk achterover, in de rokjes van poppen, tegen den muur. En nog verliet die akelige glimlach hare lippen niet... Antoon Menschaert was toegesneld. Ze voelde zijne armen om haar, roerde haar mond.

Sluiten