Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O LEYE LIEF.

O Leye lief, wat mocht u boozen; wat 's hemels kom, den vlekkeloozen,

weêrspiegeld in uw' schoot, dat blauw verliezen doen? Dat blauw, och armen, dat donkert in de ontstelde barmen *)

van uw geweldig watergrauw?

k En hoorde u niet, op vroeger dagen, en 't was als of ze in slape lagen,

één glimmend glas, uw baren; daar 't nu brieschen is en woedend grimmen, van breedgerugde waterkimmen,

die beurtlings berschen a) boordewaard.

Nog nooit en zag ik witgekoofde 8) gelederen rijen, den helm ten hoofde,

met zulk een daverend rukgeweld, o Leye, als de ongetelde toppen der witgekamde barenkoppen,

die rennen in uw waterveld!

*) Golven, watersprongen. *) Met kracht en spoed gaan. y- Koove = vrouwenmuts (fr. coiffe).

Sluiten