Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hemellawerke, grijslawerke, luchtleeuwerke, hemelwaard,

weg met u, ja, leeuwerkt helder, op uw' hooge hemelvaart!

Zingt en zeilt maar, al te zelden hoore en zie 'k u, lieve; 't gaat

beter hem, die, vroeg en spade hoort u, ende gadeslaat.

Midden in Gods werken levend, 't gaat hem beter, achter 't land,

die u naziet, te eiker stonde, daar hij zaait en zeeuwt *) en plant.

Ach, om niet is 't, al te dikwijls, dat gij dankend opwaarts stijgt,

daar geen mensch en is dien 't aangaat, of gij, schamele, zingt of zwijgt.

Horkt er niemand, ik zal horken, wilt ge, in 't droevig tranendal,

mij vertroosten, hemellawerke; en ziet ons niemand, God ziet 't al!

Hij zal zien en hij zal hooren, hij, die vlerke en tale u gaf,

cn die mij, in stad begraven, wekken eens zal uit dit graf.

*) Het gezaaide graan dekken met de uitgespitte aarde.

Sluiten