Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar vandaan zijt, al in 't blijde doek gekleed, gij krijgeren dan?

Wie, die zulk een wereldwijde legervastheid voeden kan?

Zijt ge uit louter locht gesteven,

zijt gij zonnestralen teer, schielijk en van licht geweven,

duizendwendig bladerenheer?

Zijt gij 't bloed en 't merg der boomen, 't boomzijn zelve, of anders iet

onbekend, dat uit wil stroomen, al zoo zaan *) 't de zonne ziet?

Zijt gij. • • Uwe ontelbaarheden staan het stormend volk gelijk,

strijdbaar in 't bezit getreden van des Winters koninkrijk!

Nutloos, in zijn' zware ellenden, heeft het land om hulp gewacht:

Komt en stoort des vijands benden, velt hem voor uw' legermacht.

Breekt zijn' bergsteê, slaat zijn' ridderen, scheurt zijn' vanen: roept en tiert,

dat de verste velden zidderen van 't geruchte: zegeviert!

') Dr«.

Sluiten