Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAAR ZIT DIE HELDERE ZANGER.

Waar zit die heldere zanger, dien ik hooren kan en zelden zien, in 't loof geborgen, dees blijden Meidagmorgen?

Hij klinkt alom de vogels dood, bij zijnder kelen wondergroot' en felle slagen, in bosschen en in hagen.

Waar zit hij? Neen, 'k en vind hem niet, maar 'k hoore, 'k hoore, 'k hoore een lied hem lustig weven: het kettert in de dreven.

Zoo zit en zingt er menig man, vroegmorgens op 't getouwe, om, van goên drom *), te maken langlijdend ") lijwaadlaken.

') Schering. 2) Langmeegaand, duurzaam. Lijden = gaan.

Sluiten