Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ach, wist hij 't gene ik wetend ben: dat dankbaar ik toch wete en ken wie hem zijn' tale, en mij daaraf 't genoegen en 't genieten, gaf!

Hoe lieflijk zingt hij! Maar, wat hoor

eensgangs ik ginder gekken? Wat is 't, dat her en weder her

verergerend gerrebekken? Och, vorschenvolk, in 't waterwied, houdt op! En stoort de stilte niet: laat hooren mij dat leutig slaan... en, kwelgediert, houdt op voortaan!

Hebt daar!... Het speit, den steen rondom,

en, uitgestrekter schenen, zijn al de vorschen, diepe in 't goor,

in 't zwijgend goor verdwenen!... Eilaas, de nacht en 't donker zijn bezitten nu den zanger mijn: noch nachtegaal, noch ruit, noch muit *), en hoore ik meer... 't is uit, 't is uit!

') Niet het minste stemgerucht.

Sluiten