Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VLIEGE.

o Gij dikke, welgekleede, welgevoede vliege, die

'k daar zoo dikkens, om end weder om mij,

hoore en zie vliegen, varen, vederen, ruischen, in den

zonnenstraal, met uw' ronkend-, hoog- en leeggevooisde

vedertaai!

Ha, 'k en kenne niemand die u ooit ééne arme

reke *) of twee heeft geschonken, schoon gij zingt en nimmer

zongt, alreê ruim zoo lange als merelaan, of meeze, of

nachtegaal, ruim zoo schoone allichte als honigbie- en

krekeltaai.

') Regel schrift of zang.

Sluiten