Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT HANGT GIJ DAAR TE PRATEN.

Wat hangt gij daar te praten aan die blomme, o bruine bie;

waarop, waaruit, waarover ik u ronken hoore en zie?

Gij zijt er met uw' neuze en met uw tonge al ingegaan;

gij hebt eraan geroken en van alles aan gedaan,

daarom, daarin, daarover, op uw' vlerken alle twee:

ik wonder hoe die blomme u laat geworden, zoo ter lee'1)!

Och, ware ik in heur' plaatse, ik hiet u varen, en ik sloot

zoo seffens al dat werk, al dat geruchte uit mijnen schoot,

en 'k...: „Rap, uit mijnen weg en uit mijn zunne, dat ik zie:

houdt op, en laat mij werken, of ik strale 2) u!" zei de bie.

') Gewillig. s) Straal = pijl, angel.

Sluiten