Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALS GE NAAR HET KOOREN LUISTERT.

Als ge naar het kooren luistert, dat nu op- nu nedergaat;

daar een' zwepe wind in snuistert, dat de lieve zonne baadt;

neen, 't en kan geen' snare talen, die zoo zoete om hooren is

als 't gerep der roggestalen, als 't geroer van 't kooren is.

't Vaart een fijn gelispeld leven deur de toppen, altemaal;

daar de diepere stammen beven, deunende als een' dondert aal.

Hel en duister, lijze en luide, mingelmangelt, in de lucht,

't ruischen van de groengekruide, grauwgetopte koorenvrucht.

Sluiten