Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dat, uit heuren throon, de felle zunne, aan 't blaken,

vertweelingt heur gezichte

in uwe blauwigheid!

Dan leeft het rondom al *) uw' groengezoomde kanten, aanzijds en heraanzijds, zoo verre ik henenschouw, van lieden, die weêrom, en nu in 't water, planten den overjaarschen bloei van hunnen akkerbouw,

den bast, die, onlangs, toen hij jong was, jong en schoone,

't gezicht verblijdde, maar

één levend legtapijt; die, veel te lichte, eilaas! de blauwe maagdenkroone

verloos, en bleef het lieve

en jeugdig leven kwijt!

Het vlas! Nu staat 't gedoopt,

Jordane, in uwe lanken, gegord in haveren stroo, dat banden gouds gelijkt;

bij duizend duizenden

van bonden, die vier planken bewaren, ketenvast en aan den wal gefijkt *).

') Aan, langs. a) Fijke is een stok of ijzeren staaf op den oever, waar de in 't water neergelaten vlasbakken aan vastgebonden worden.

Sluiten