Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE T IJ D.

Tempus non erit ampliut, Apoc. X, 6.

Verloren is 't gepijnd om aan

den tijd, die immer voort moet gaan,

een paal te zetten; ja, stelt u maar en schoort u stijf, ge 'n zult, met al uw leen en lijf,

zijn' baan beletten.

Hij lacht met u, en, moegesold, gij vechtend in de vore rolt,

daar 't eeuwig varen zijns wilden strooms voorbij u voert, en zegepralend henenroert,

zijn' ruwe baren.

Hij stampt de hooge boomen om, hij buigt den berg zijn' lenden krom,

hij springt de banden van staal intween, die vastgedaan, bij stede en stad, hem wederstaan,

in alle landen.

Sluiten