Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONNEWENDE.

Een blomken heb ik staan, nabij me, in de oude boekenzale, dat altijd, naar den dag toe, keert

zijn' blaarkes, altemale; het wenden mag ik zus of zoo, dat ik begere volgt het noo, en 't zoekt, weerom naar mij gericht, nog altijd liever 't zonnelicht!

Och, ware ik als dat blomken is,

in al mijn doen en laten, mijn zorgen, mijn bekommernis,

in huis en achter straten: 't zij wat men doet of niet en doet, 't zij wat ik immer lijden moet, naar u, met herte en ziel, gericht, o al verzettend zonnelicht!

't Is duister nu en zwaar, te mets

omtrent mij: oude kwalen en nieuwe, doen, van zielgekwets,

mij moe zijn, menigmalen, tot dat, o God, naar U gewend, mijn' duisterheid den dag erkent, en ziende U, met mijne oogen dicht, ik asem hale, in 't zonnelicht.

') Somwijlen.

Sluiten