Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE BLEEKERSGAST.

't Ververscht mij, in 't geweld gestaan

der hooge zonnekrachten, te zien van verre, aan 't water slaan,

vuls arems, uit de grachten, den bleekersgast: de regenvloed 't geleschte lijnwaad ronken doet.

Den lepel zwaait hij, zwak van leên,

ter beken uit, omhooge; en waken doet, hoe verre heen

hij werpen kan, zijne ooge: de laatste lage en mist hij niet, en al dat drooge is nat hij giet.

De groote zonne lacht daarop

heure alderliefste lonken; die, vallende in den dreupeldrop,

den dreupeldrop ontvonken: ik regenbogen, smal van bouw, nu hier nu daar, in 't gers >), aanschouw.

') Graf.

6

Sluiten