Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knielden wij, kinderen,

handen te gader, baden wij, kleenen en grooten, te galr.

Daar is de schippe nog,

daar is de tange; 't ovenbuur *) staat daar, zoo

't vroeger daar stond; 't hondekot staat daar, en...

— 't is al zoo lange! — Hoe is de naam van dien anderen hond?

Ach, hoe verheugen mij,

ach, hoe verheffen de oudere dagen mijn

diepste gemoed! Is er wel iemand, die 't

ooit kon beseffen wat gij, oud hof, mij nu zegt, mij nu doet?

Zalige lieden, al

te argJooze menschen, weinig begeerdet gij,

groot was uw hert! — Kon het maar helpen, met

weenen en wenschen, weêr ate ik roggenbrood, naast u aan 't berds)!

') Ovenhuis. *) Tafel.

Sluiten