Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aanschouwt hoe 't schubbig distelhaar omspannen hangt, vol Godssamaar

vol kobbenetsche a) kanten; die roeren in den zonnenlaai, die blinken in elk windgewaai,

vol stof van diamanten.

Hoe 't wikkelachtig witje wipt, alhier, aldaar, verlekkerlipt

om 't zijne, uit al de bloeien, te ontsnoepen aan de krabben8) bie'n, die 't, nijdig, eiken distel zien

bezoekend henenspoeien.

'k En rieke, alwaar men lieflijkheid van zalvende olie toebereidt,

geen' aangenamer' roken als die, des zomers, vroeg en laat, daar 't distelt en vol blommen staat,

de distelblommen stoken.

Aanschouwt, op de oude toppen, hoe 't gevlugde zaad omhooge woedt,

en waait voor alle winden, om ievers, daar 't geen ziele en zag, den vrijen hergeboörtedag,

onsterflijk, weêr te vinden.

Zoo leeft gij, distels immer voort, van wetswege en bij koningswoord

verboden en gebannen; en, schoon zij, om uw schamel zaad te worgen daar 't gewonnen staat,

zoo lange al samenspannen.

V Zomerdnwd. ') Kobbe = spin. *) Zwerm.

Sluiten