Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze duikt heur aangezicht beneên des werelds neggen die, eindloos, slinks en rechts, hun lange lijsten leggen;

die 'k opwaardstriemen, die 'k een' wolke twee of drie den zonnezienden kant geheel vergulden zie.

In 't heerlijk zonnen veld, dat donker wordt omhooge, en langzaam donkerder en dieper, staan ten tooge 2), geschreven, zwart op goud, een bende reuzen groot: het eindloos boomenvolk, in 't eindloos avondrood.

Beziet mij haastig nu

die schoonheid! Neder nijgen

de duisternissen: 't veld,

het vee, de vogels zwijgen;

het nauwt, in 't westen; nog een tijdtje, en, doodgedaan, zal al die heerlijkheid gedekt en donker staan.

') Boord, kim. *) Ten toon.

Sluiten