Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WINDEN.

De zee, de zee, ze 'n zoeft bijkans zoo zeer niet als de boomen,

daar, wild, de winden deure rijen, te peerde, en zonder toornen.

Aan 't roepen gaan tienduizenden

tienduizenden van blaren, alsof 't zooveel tienduizenden

van dolle menschen waren.

De regen ronkt, en geuten gaan,

gegeeseld, allenthenen, de natte boomen buigen doen,

en bulderen en stenen.

Hoort! Nog nen keer, en nog nen keer,

hertuiten en hertieren de wilde winden: wederom

is 't zeegeruchte aan 't gieren.

Geen einde ervan! De vogels zijn gevlucht, de takken breken;

verloren is de stemme mij

gegaan! — De winden spreken.

Sluiten