Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DAT WILDE IK WETEN.

Wanneer ben ik U naast, o God,

of verst, dat wilde ik weten: wanneer ik mij, in 't donker kot,

vernibbelé *), aan de keten; of dan, wanneer ik henentie s)

en vliege, schier vermeten, naar 't licht, dat ik zoo geren zie?

o God, dat wilde ik weten.

'k Heb overal mij zei ven meê,

omhooge en aan de keten! Die los mij van mij zeiven deê,

diens woonsteê wilde ik weten; diens hulpe hiete ik duizendvoud

mij wilkom, onvermeten! Wat is 't nu, dat mij tegenhoudt?

o God, dat wilde ik weten!

') Hevig verlangend begeer. 2) Tién = tijgen.

Sluiten