Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wilt het zomer zijn, en mag't den boom geschieden te bloeien in den dwang van al die tonnen daar.

Hij bloeit en staat in 't wit getooid, langs alle kanten één vlage blommen duikt zijn' takken, scheef en krom; de bietjes zie'k er zog van zuiver zeem in zanten de blommen in en uit en uit en in, weérom.

Bloeit helder, helder op, o boom, en luide pralen laat al uw lief gewaai, deur dikke en dunne. Neen't, 't en is maar éénen keer, dat 't meie is; hillen, dalen zijn blijde; blijde zijt, genoeg, genoeg geweend.

De tonnen staan alom

gestapeld: zwarte zware gedaanten, ongehier *) van leelijkheid. Welaan,

o taaie doornenboom,

daar midden in, verjare nog menigmaal uw hoofd, vol bloeiend wit gelaan!

*) Samenlezen. *) Onguur.

Sluiten