Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze 'n buigen niet. Hun hoofdgewaai Scheurt af en weg: om 't even,

en zullen noch en willen ze, en voor wie dat 't zij, begeven.

Het jong hout ligt den grond nabij,

voorover, neergedwongen; verpletterd en vernietigd haast. —

De wind komt losgesprongen en, stampende op dat ligt... „Zoo wel

den naasten als den versten,... die boomen daar zal 'k buigen doen,

of willens nillens bersten!"

't 1 s donker, van al 't zand, dat vliegt.

Geen hersendolle koeien en kunnen, zoo de wind nu doet,

zoo ongedoevig *) loeien. Ei! poffen nu, en paffen gaan

de pezen af, en kraken de wortels: als geweren zijn 't,

die dood en donder braken.

De doelen staan, bij vijftigen,

bij honderden, te perre 8), ter aarden uitgeheven, en ...

de boomen zijn omverre, de teenen in de lucht; tot in

den vasten grond gezonken, verdwijnt, al even slaggelings 3),

hun' kroone, in de elzentronken.

') Wild, woest. *) Op hun kop. *) Met één slag.

10

Sluiten