Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WINDTOCHT.

't Is helderblauw, vandage,

en warmer als twee dagen of drie geleên, de locht die 'k aseme is voortaan *) zoo licht en onbelaan,

dat door mijn longen ik

hem lustig late jagen.

Hij loopt omtrent me heen, hij speelt me vóór de voeten; mijn haar omwentelt, en mijn kaken kust hij koel; in lijf en leen gevoel ik weer den jongen dag den ouden dag verzoeten.

Hoe raast die wilde wind mijne ooren vol! Ze tuiten, ze tieren allerhand geruchten in mij, recht een stamerend gevecht van stemmen is't, die 'k slaan en bermen *) hoore, buiten.

') Nu. *) Golven.

Sluiten