Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'k Ben ver van u, ofschoon gij, zoete bronne

van al dat leven is of immer leven doet,

mij naast van al genaakt en zendt, o lieve zonne,

tot in mijn diepste diep uw aldoorgaanden gloed.

Haalt op, haalt af!... ontbindt mijn aardsche boeien;

ontwortelt mij, ontdelft mij!... Henen laat mij,... laat

daar 't altijd zomer is en zonnelicht mij spoeien

en daar gij, eeuwige, ééne, alschoone blomme, staat.

Laat alles zijn voorbij, gedaan, verleden,

dat afscheid tusschen ons en diepe kloven spant;

laat morgen, avond, al dat heenmoet, henentreden,

laat uw oneindig licht mij zien, in 't Vaderland!

Dan zal ik vóór... o neen, niet vóór uwe oogen,

maar naast u, nevens u, maar in u bloeien zaan x);

zoo gij mij, schepselken, in 't leven wilt gedoogen,

zoo in uw eeuwig licht me gij laat binnengaan.

') Dra.

Sluiten