Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bodem door de Duitsche troepen betreden; zonder dat eenige voorafgaande waarschuwing, zonder dat eenig ultimatum aan het Groot Hertogelijk Gouvernement gericht was; geen voorwendsel zelfs werd aangevoerd ter verklaring van een aanval, waarvan de opeenstapeling van talrijke legers aan de grens, zoowel als de aanleg der kampen te Elsenborn en te Wasserliesch, en de plannen met het oog op de spoorwegen, duidelijk genoeg bewezen, dat hij reeds lang van te voren was beraamd en voorbereid.

Beroofd van zijn vestingen, gesloopt bij het verdrag van 1867, bevond het Groot Hertogdom Luxemburg zich in de onmogelijkheid zijn verdediging ter hand te nemen ; het kon slechts protesteeren. Ziehier in welke bewoordingen Paul Eyschen, minister van Staat, President van het Gouvernement, de kabinetten van de waarborgende Mogendheden als getuigen heeft ingeroepen van het geweld, dat zyn land was aangedaan: x)

„Ik heb de eer de volgende feiten ter kennis van Uwe Excellentie te brengen:

Den 2den Augustus, in den vroegen Zondagmorgen, zijn Duitsche troepen, volgens inlichtingen die op dit tijdstip ter kennis van het Groot-Hertogelijk Gouvernement ge-

i) „Men kan het Groot-Hertogdom er geenszins verantwoordelijk voor stellen, wanneer het een eventueelen aanval op zijn bestaan niet afslaat, daar men zulks onmogelijk heeft gemaakt; men kan slechts eischen, dat het niet met eenigen aanvaller één lijn trekke, van een mogelijke overrompeling kennis geve en er tegen protesteere". E. Servais, Le GrandDuché de Luxembourg et le traité de Lendres du 11 Mai 1867. Pag. 175.

Sluiten