Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

\ zwakken, aangezien dat land, zoo het zich aan den Noordkant volkomen veilig wist, al zijn krachten aan de Oostgrens zou gaan aanwenden!). En in Juli 1914, toen de oorlog op handen was, toonde de Staatssecretaris van Buitenlandsche Zaken, Von Jagow, zich evenmin geneigd, om tegenover Engeland de hem gevraagde verbintenis aan te gaan. Zichtbaar in de war, wierp hij de noodzakelijkheid op, vooraf den Keizer en den Rijkskanselier te raadplegen ; en toen Sir Edmond Goschen, gezant van het Vereenigd Koninkrijk te Berlyn, de hoop uitte, dat de verwachte verklaring hem spoedig zou bereiken, ontnam de Duitsche minister hem elke illussie op dat punt, daar hij hem te verstaan gaf dat een antwoord, van welke strekking dan ook, in geval van oorlog het nadeel zou hebben, het Duitsche oorlogsplan gedeeltelijk aan de groote klok te hangen, terwijl hij er aan toevoegde — wat niet

Buitenlandsche Zaken, gericht aan de ministers van den Koning te Berlijn, Parijs en Londen: „Ik heb de eer ter Uwer kennis te brengen, dat de minister van Frankrijk mij woordelijk de volgende mededeeling gedaan heeft: „Ik ben gemachtigd te verklaren dat, (in geval van een internationaal conflict), het Gouvernement van de Fransche Kepubliek, overeenkomstig al zijn vroegere verklaringen, de neutraliteit van België zal eerbiedigen. Gesteld dat die neutraliteit niet zou geëerbiedigd worden door een andere Mogendheid, dan zou het Fransche Gouvernement, om zijn eigen verdediging te verzekeren, er misschien toe kunnen komen, zijn houding te wijzigen.

Ik heb zijn Excellentie mijn dank betuigd en ik heb er aan toegevoegd, dat wij, van onzen kant, zonder eenige aarzeling alle gewenschte maatregelen genomen hebben om onze onafhankelijkheid en onze grenzen te doen eerbiedigen."

(Grysboek 1914, No. 5.)

l) Grijsboek 1914, No. 12.

Sluiten