Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Engelsche hulp naar België sou afhangen van de schending van zijn grondgebied. Bovendien levert een kantteekening van den Minister die, tot overmaat van oneerlijkheid, door de Norddeutsche Zeitung niet vertaald werd, zoodat zij aan de meerderheid der Duitsche lezers moest ontgaan, het onomstootelijke bewijs, dat de komst der Engelschen in België slechts zou plaats hebben na de schending van onze neutraliteit door Duitschland. De geschiedenis heeft voldoende bewezen dat die voorzorgen gegrond waren. Die zeer natuurlijke gesprekken tusschen den Chef van den generalen Staf en den Engelschen militairen attaché bewijzen eenvoudig de ernstige vermoedens van Engeland inzake de schending der Belgische neutraliteit door Duitschland. Waren die vermoedens gewettigd ? Om zich daarvan te overtuigen is het voldoende de werken van de groote Duitsche militaire schrijvers van dien tijd, von Bernhardi, von Schliefenbach, von der Goltz te lezen." ')

Wat blijft er, na die gedetailleerde en loyale uitleggingen, nog over van de beschuldiging van dubbelzinnigheid door Duitschland tegen zijn roemrijk slachtoffer ingebracht? Het Belgische Gouvernement heeft gedaan wat het moest doen, om de veiligheid van zijn grondgebied, gewaarborgd door plechtige verdragen, te verzekeren ; het heeft nooit het denkbeeld van een Engelsch offensief aan den Rijn of op de Noordzee opgeworpen, noch zijn medewerking daarbij toegezegd. En zoo noodig zouden we het afdoende bewijs daarvoor nog vinden in een brief den 7 April 1913 door Sir Edward Grey aan den Engelschen Minister te Brussel gericht. Die brief,

'•) De Temps van 9 December 1914.

Sluiten