Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan ook de vijzel (fig. 2a en 2b) en de hefinrichtingen (fig. 4a en 4b), die door één persoon, ook gedurende het lossen, bediend kunnen worden.

De meest voorkomende materialen voor de kap zijn: stroo, riet, asphaltpapier op houten beschot, zink, gegalvaniseerd plaatijzer of pannen-platen, en. in den laatsten tijd ook asbest-golfplaten.

Stroo en riet bevorderen de uitwaseming van het koren maar eischen nog al onderhoud, terwijl bij de andere materialen een ventilatiekapje niet gemist kan worden.

Plaatijzer wordt op den duur aangetast op de laschplaatsen; asbest-cement is door zijn weervastheid ook hiervoor het materiaal van de toekomst.

De bergroeden kunnen zijn van eikenhout of Amerikaansch grenen, van ijzeren (balken of vakwerk), en in den laatsten tijd van gewapend beton.

IJzeren roeden trekken wel eens krom bij broeien; die van hout worden • later weer recht.

Wegens het groote onderhoud van de bergroeden wordt het gebruikelijk, bij zesroeden bergen de laningen om den anderen (plaat III, fig. la en lb) te ondersteunen, en dan in het midden. Elke roede krijgt dan zooveel meer te dragen, dat het wenschelijk wordt ze te plaatsen in een betonvoeting. Omgekeerd wordt ook het winden van de kap zooveel zwaarder, dat het windwerk meer samengesteld wordt (fig. Sa en Sb) met overbrengingen, waardoor terugvallen van de kap wordt vermeden en pallen overbodig worden.

De kap zakt onder invloed van eigen gewicht, maar de staaldraad kan ook omloopen, waardoor de kap behalve op-, ook neergewonden wordt.

Om het winden van zware kappen te vergemakkelijken kan men den kap in evenwicht houden door zware tegenwichten, (fig. 2) die binnen de vakwerkroeden op en neer geleid worden.

Er bestaan ook bergen, met één roede, een tralieluchtkoker in het midden; waarin het tegenwicht hangt *). Deze hebben wegens gevaar voor inregenen evenwel niet voldaan en opgenomen.

Bij gewone bergen is het een kwestie van ervaring om bij het „bergleggen" een gelijk buitenoppervlak te houden; waardoor inregenen wordt belet. Bij de nieuwere constructies geven de roeden niet langer de lijn aan van hoek tot hoek, en is opletten de boodschap.

De voordeden van de bergen zijn de volgende:

a. Vermindering van het bouwkapitaal.

b. Minder last van ongedierte.

c. Beter nadrogen van den oogst.

d. Minder brandgevaar.

*) Zie J. Swetz Az.: Beschrijving van een hooi- of graanberg met tralieluchtkoker.

Sluiten