Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

horizontale transportbanden dan zorgen voor het vervoer naar het betrokken vak (systemen „Osterrieder" en „Claussen").

3. Die, waarbij de wagenvracht, in enkele tempo's in de lengterichting van de schuur kan worden getransporteerd, met behulp van z.g. „slings", die bij het opladen van de voers bij voorbaat tusschen de leggers worden geplaatst (systeem „Louden").

Bij een onderzoek dat in den zomer van 1915 in de provincie Groningen werd ingesteld, bleek het volgende:

Aanvankelijk gedreven door oliemotoren, bleek de toepassing van electromotoren vrij algemeen geworden.

De Alfa-grijper vereischt een persoon, die de functie van den grijper regelt; het verplaatsen van de inrichting van een vak naar een ander kost slechts enkele minuten oponthoud. De aanschaffingskosten bedroegen ƒ 1100; de oliemotor verbruikte ongeveer een Liter olie per uur, wat zal overeenkomen met 1—1,5 half Kilowatt. Per uur konden 6 voer van 40 hokken worden gelost.

Voor het systeem-Osterrieder is een hulpkapje noodig ongeveer midden boven de schuur. Een zelfde hoeveelheid kon worden gelost bij een verbruik van 1,5 Kilowatt

Het systeem-Claussen vertoont den Jakobsladder aan de buitenzijde in de lengterichting van de schuur. De transportband loopt steeds in dezelfde richting. Het lossen van 6 voer van 40 hokken vereischte hier 2,5 Kilowatt, ongetwijfeld veroorzaakt door het sleepen van den transportband.

Het verstellen van de inrichting kostte hier een half uur, bij het systeemOsterrieder 10 minuten. De aanschaffingskosten bedroegen voor beide ƒ 1500—f1600, Voor kleinere bedrijven kan de transportband worden weggelaten wanneer de Jakobsladder zelf verplaatsbaar wordt gemaakt.

Tegenover een gering krachtsverbruik van 0,5 Kilowatt en de kleine kosten van aanschaffing (f 200) staan het verlies aan bergruimte omdat in elk vak een gleuf moet worden uitgespaard, en het tijdsoponthoud, waar bij verplaatsing vier personen een half uur mee bezig zijn.

De dorschvloerdeuren moeten de beladen oogstwagens gemakkelijk passage verleenen, en vereischen een vrije ruimte ter breedte van 3,50—4,00 Meter en ter hoogte van 3,75—4,50 Meter. Alleen in de zandstreken, waar van tweewielige karren kan worden gebruik gemaakt kunnen meer bescheiden afmetingen worden toegelaten (breedte b.v. 3,25 Meter en hoogte 3,50 Meter.

Algemeen zijn de draaiende dubbele deuren, die in een steensponning kunnen sluiten, maar door hun zwaarte aan schranken staan blootgesteld. Daarom moeten zij goed worden geschoord. Door het windbezwaar is het raadzaam om voor personenverkeer in een der deuren een z. g. klinket aan te brengen.

Waar in dorschschuren een minder juiste aansluiting, en als gevolg eenige tocht geen bezwaren oplevert, vinden ook schuifdeuren toepassing, die over schijven kunnen loopen, of er aan kunnen hangen.

Sluiten