Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaande toestanden moet aanpassen, of dat men bij het maken van het project daarmede al rekening kan houden (fig. 5, een Amerikaansche stal, met dubbele silo en voorportaal, tevens lokaal voor voederbereiding).

De algemeene eischen die men bij het bouwen van de silo's moet stellen zijn gebaseerd op de eischen die het product stelt: er mogen geen verliezen optreden door ondichtheid van vloer en wanden, of door te groote uitstraling van warmte, of toetreding van koude; terwijl ongelijke zakking de kans op uitpersing van de lucht vermindert. Daarom moeten de wanden lucht- en waterdicht zijn, en tegen zijdelingsche uitwijking bestand; verder loodrecht, vlak en glad om gelijkmatige zakking te bovorderen.

De hoogte moet zoo groot zijn, dat door het eigen gewicht de lucht in voldoende mate wordt uitgeperst.

De wanden moeten een slecht warmtegeleidend vermogen bezitten.

Om een maximum hoeveelheid te kunnen bergen, bij verbruik van zoo min mogelijk materiaal, is een ronde vorm aan te bevelen, hoewel vierkante silo's met flink afgeronde hoeken, vooral in de kleinere modellen, ook wel voorkomen. Hoe minder buitenoppervlak, hoe geringer de warmteuitstraling ook is.

Verder maakt men onderscheid tusschen boven- en ondergrondsche silo's, en tusschen vrijstaande en ingebouwde.

Vrijstaande bovengrondsche silo's, z.g. „silo-torens" worden het meest gebruikt.

De afdekking geschiedt door een eenvoudig spits-dak (fig. 36), ter wille van de architectuur soms met zeer sterke wanden. Wordt de silo te wijd, dan wordt een plat dak aangebracht (fig. 4); of wel, men laat zoo mogelijk het dak geheel weg, en vervangt dit dan een tijdelijke afdekking.

Kleine vierkante silo's worden meestal in vrij groot aantal aan elkaar gebouwd, en hebben hier en daar wel voldaan, in hoog gelegen streken werden zij in den grond gebouwd, en voor kleine bedrijven benut.

Voor de silo's gelden eenvoudige berekeningen voor de bepaling van den inhoud. Gebruikelijk en doelmatig is een middellijn van 5 Meter. De hoogte hangt af van de practische overwegingen van constructie, en aan- en afvoer van de voedingsproducten.

Meestal neemt men de hoogte niet meer dan 10 Meter boven het maaiveld, en den vloer niet meer dan 2 Meter daar beneden.

Om schimmeling te voorkomen moet, wanneer de silo aangesproken wordt, eiken dag een laagje van + 5 c M. vervoederd worden. De inhoud hangt verdér af van het voederrantsoen en het soortelijk gewicht, dat minstens op 700 K.G. per M3. kan worden gesteld. Bij een dag-rantsoen van 30 K.G. per koe, en een stalperiode van 200 dagen krijgt men, wanneer een hoogte van 10 Meter wordt aangehouden, deze tabel:

Sluiten