Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK C.

De inrichting van stalgebouwen.

1. Algemeene beschouwingen.

Sinds de menschen hoogere eischen zijn gaan stellen aan het productievermogen van den veestapel, is ook de behoefte grooter geworden aan een goede verzorging en betere huisvesting.

Voor het meerendeel brengt het vee een groot gedeelte van het jaar binnen den stal door. Buiten geniet het volop van frissche lucht en direct zonlicht, terwijl het in den stal, hoewel gevrijwaard tegen de invloeden van klimaat en weder, van een voldoende regeling van de luchtverversching en een goede verlichting meestal gespeend blijft Men beseft evenwel nog veel te weinig dat een goede stalinrichting direct ten goede komt aan het productievermogen Ook de producten zelve zullen er, wat kwaliteit betreft, aan winnen. Het meest voor de hand liggende voorbeeld is de melk, het voedingsproduct voor zieken en zuigelingen. Nergens is de zuigelingensterfte zoo groot, als in die streken waar de stalinrichting nog veel te wenschen overlaat. Niet alleen de producenten maar ook de consumenten zijn dus in hooge mate gebaat bij een goede inrichting van de veestallingen.

Over het algemeen moet deze inrichting aan de volgende eischen voldoen:

1. In eiken stal moeten de verlichting en de luchtverversching zóó zijn geregeld, dat een juiste temperatuur kan worden gehandhaafd, en dat de vochtigheidsgraad van de lucht bepaalde perken niet overschrijdt; evenwel zonder dat de inrichting te kostbaar wordt, waardoor de rentabiliteit van het bedrijf zou worden geschaad.

2. Vloeren, wanden en zoldering moeten zoodanig zijn geconstrueerd, dat alle meststoffen vlug uit den stal kunnen worden verwijderd, met geringe moeite het vee zindelijk kan worden gehouden en dat reiniging en ontsmetting gemakkelijk kunnen geschieden,

3. Goed drinkwater moet worden verstrekt; alle kribben, bakken en goten moeten gemakkelijk bereikbaar zijn voor het vee en voor dengene die ze vult of reinigt.

4. Alle dieren moeten voldoende ruimte hebben om te kunnen staan, liggen en eten of drinken, terwijl de indeeling van den stal een gemakkelijk en goed overzicht mogelijk moet maken. /

5. Het voeder moet buiten den stal bewaard en bereid worden en een aparte ruimte moet voor melkbewaring worden ingericht.

Sluiten