Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jongvee, als pinken en veulens, die ook dikwijls bij winterdag buiten loopen, moeten 's nachts worden binnengehaald, wanneer het al te guur wordt. Een open schuilplaats, van een kruis voorzien (fig. 2a, 2b en 2c), verschaft de gelegenheid om altijd een luwen hoek te vinden; terwijl krachtvoer kan worden verstrekt.

Een gedeelte kan desnoods door een staketsel worden afgescheiden, en alleen bestemd worden voor kleinvee, als varkens en schapen.

Op akkerbouwbedrijven worden de paarden dikwijls gegraasd op een klein terrein nabij de boerderij, om ze tijdens den drukken oogst bij de hand te hebben. Dan worden ze gevoederd met klaver in primitieve houten bakken, waarbij ze elkaar bevechten, en nog veel voeder verloren gaat. Fig. 3a, 3b en 3c laten ons zien hoe een overdekte ruimte, aan twee zijden beschut, van ruiven kan worden voorzien die van buiten worden gevuld. Bij nacht en ontij kunnen de dieren hier steeds onderdak vinden.

Schapen worden dikwijls heel ver van de boerderij gehouden. Wil men ze den geheelen winter buiten houden, zonder ze eiken avond naar huis te moeten drijven, dan is een schuur noodig voor beschutting tegen de koude (fig, 4a, 4b en 4c). Een zolderruimte dient voor berging van hooi, dat in losse ruiven binnen, maar ook in vaste ruiven buiten tegen de zijwanden van de schuur kan worden toegediend. De ruiven zijn met een houten deksel afsluitbaar gedacht, tegen inregenen.

De deurkozijnen zijn van buikrollen voorzien. Worden de deuren 's avonds gesloten, dan is een ventilatiekoker noodig, wanneer er vele schapen gestald moeten worden.

Voor melkvee kan de overgang van den warmen stal naar de weide, vooral 's nachts, wel eens bezwaarlijk zijn. Ook in het najaar, wanneer men ondanks het gure weer toch gaarne het laatste restantje gras laat opeten, kan de behoefte groot zijn aan een beschutte plaats voor het vee niet alleen, maar ook voor melkers en melksters die dikwijls in koude en duisternis aan ongelukken staan blootgesteld.

Zoo'n beschutte ruimte (IV, fig. la, lb en lc) kan 's nachts een droge en, bij eenige onderstrooiing, ook warme ligplaats geven, waar het vee kalm den melktijd afwachten zal. Is het gras niet meer voldoende, dan kan er worden bijgevoerd door het vee er aan te wennen om aan de goot te gaan staan. Om gevaar voor melkverspilling te voorkomen kunnen de kannen op den voergang worden geplaatst.

Wil men de koeien tijdens het melken vastzetten, dan kan dit gebeuren met de constructie volgens fig. 2a en 2b. Heeft de koe den kop door de opening gestoken, dan komt de beweegbare stalpaal verticaal te staan en valt de pal neer, Bij opslaan van de pal krijgt het dier onmiddellijk zijn vrijheid weer terug.

Bij winterdag kan deze melkstal ook als schuilplaats voor jong vee en jonge paarden dienen.

Op meer groote schaal gedacht is de melkstal (fig. 3a en 3b), waarbij gelegenheid is tot het opslaan van eenig voeder, terwijl de mest moet worden opgevangen, en zelfs een kleine gierkelder aanwezig is. Plaatselijk zijn de zijwanden zoover doorgevoerd, dat met alle windrichtingen beschutting kan worden verkregen.

Sluiten