Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Rundveestallen.

De zorgen die aan het bouwen van rundveestallen worden besteed, zijn over het algemeen niet in overeenstemming met het belang van een goede verpleging. Inzonderheid het melkvee heeft in dit opzicht reden tot klagen.

Bij zomerdag loopt het vee in de weide (behalve in de weide-arme zandstreken, waar het vee 's nachts op stal wordt gehaald) en geniet volop van zonneschijn en versche lucht. Maar 's winters wordt het dikwijls opgeborgen in donkere, vuile stallen waar met alle eischen van hygiëne wordt gespot. Is het wonder, ;dat het productiemogen dan niet aan de verwachtingen beantwoordt?

Om ook 's winters zooveel mogelijk van de voordeden van zonneschijn *te genieten, moet het hoofdfront van den stal op het Zuiden liggen. Bij zomerstallen wordt dit bezwaarlijk; maar in de zandstreken ziet men dan ook wel de hoofddeuren tegenover elkaar. Bij zomerdag kunnen dan de deuren op het Noorden worden geopend.

Bij nieuwbouw wordt met dit laatste minder rekening gehouden, omdat door aanleg van kunstweiden en het maken van voldoende afrastering de behoefte om het vee 's nachts te stallen vermindert, en ook de factor mestmaking zijn beteekenis verliest.

Bij voorkeur wordt voor stalbouw zooveel mogelijk steen of beton, zoo min mogelijk hout gebruikt; alleen voor zolders, gebinten en stijlen maakt men uitzondering. Toch moeten de stijlen rusten op steenen voetingen, om vochtoptrek te vermijden.

Voor grupstallen gelden de volgende ruimteafmetingen'.

De standlengte voor volwassen melkvee is 1,50 tot 1,70 Meter, al naar de grootte van het vee in de zandstreken of op de klei.

Evenzoo wisselt de standbreedte van 1,00 tot 1,20 Meter. Staan er afscheidingen tusschen de koeien dan is de benoodigde breedte ± 0,10 Meter grooter.

Voor jongvee rekent men de standlengte op 1,35 tot 1,45 Meter, de breedte op 0,80 tot 1,00 Meter, met overgangen naar den leeftijd.

Voor oudere stieren, die tusschen vaste schotten staan, gaat de standlengte tot 1,80 Meter, de standbreedte tot 1,50 Meter.

Stierenboxen zijn 3 tot 3,50 Meter in het vierkant.

De grup moet 0,60 Meter breed zijn en gemiddeld 0,25 Meter diep; in den regel neemt men den veestand hooger dan den mestgang en wordt de grupdiepte daar 0,35 tot 0,40 Meter.

De breedte van de voedergoot wordt, met inbegrip van knieboom en voorrand, 0,80 tot 1,00 Meter; de diepte 0,15 tot 0,25 Meter.

De voedergang is voor een enkele rij koeien 1,00 tot 1,50 Meter breed, voor een dubbele rij van 2,00 tot 2,50 Meter, buiten de voedergoten natuurlijk.

De mestgang vereischt een breedte van 1,00 tot 1,50 Meter.

Een enkelrijïge stal krijgt dan in totaal een breedte van 5,00 tot 6,00 Meter, een dubbelrijïge van 10,00 tot 11,00 Meter.

Sluiten