Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanmerking (IX, fig. la en lb). Hoe meer gelegenheid tot lichaamsbeweging, hoe beter bet is, en hoe langer men de stieren kan houden.

Een voedergoot voor hooi en. krachtvoer is voldoende ; alleen moeten de ijzeren stijlen, die de voergoot afsluiten, sterk wezen en: zoover uit' elkander"staan dat de breede gehoornde kop er tusschen door kam.

Wanneer geen turfstrooisel wordt gebruikt, kan de vloer naar het midden hellen, waar een zinkputje met* rooster en stankafsluiter gelegenheid geeft om den gier af te voeren.

4. Paardenstallen.

Aan de verpleging van het edelste huisdier, het paard,, wordt dikwijls veel te weinig aandacht besteed. Donkere, slecht ingerichte stallen hebben een deprimee* meerenden invloed op de opgewektheid, waardoor de waarde van het dier vermindert;.

Voornameiijfe de fokwaarde van vele paarden moet dènieigenaar ertoe brengen, om de noodige voorzorgsmaatregelen te treffen; in het belang van de gezondheid> van deze dieren:

De eischen verschillen, al naar het trek-, fok- of luxepaarden zijn.

Op de meeste boerdbrijen dienen de waardevolle fokdieren tegelijk voor het landbouwbedrijf, terwijl luxe paarden in den regel apart worden gehuisvest

De stalinrichting, hangt dikwijls- af van het type van boerderijen, behalve, wanneer er aparte schuren voor paardenstallen zijn gebouwd, wat in het lande bouwbedrijf zelden voorkomt. Toch is het gewenscht om de paarden niet te stallen in den rundveestal, maar in de boerderij een aparten stal voor paarden in te richten. Paarden stellen geheel andere eischen dan rundvee aan verlichting,., tenuperatuur, behandeling enz-.; zij. zijn van nature ook veel reiner, zoodat het verblijf in een vochtigen, warmen, onwelriekenden veestal feitelijk tegennatuurlijk is.

Men onderscheidt stallen met langsrijen en dwarsrijen.

In cavalerie-stallen staan de paarden meestal in langsrijen. met de koppen naar den buitenmuur, waarbij dus voedergangen ontbreken, en. slechts een gemeenschappelijke mestgang aanwezig is.

Deze stand is wel meestal tochtvrij, maar vereischt een hooge zoldering met hoogen stand van de ramen om te beletten dat het licht de paarden in de oogen zal vallen.

In de aparte stallen van het landbouwbedrijf (V, fig. 5) is het vrijwel regel om de paarden aan weerszijden van een gemeenschappelijken voedergang te plaatsen, met een mestgang er achter langs. Het licht valt nu beter in, van achteren; het voederen gebeurt gemakkelijker en veiliger, terwijl meer deurenkunnen worden aangebracht In geval van brand is dit van groot belang.

Op vele boerderijen staan de paarden in dwarsstallen, wat voornamelijksterk spreekt in de gemengde Zuid-Hollandsche bedrijven.

Sluiten