Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan heel wat warmte aan het lichaam onttrekken; vooral is dit het geval met vloeren van beton, die bovendien niet bestand zijn tegen de inwerking van de zure bestanddeelen uit de melk. Gemetselde vloeren kunnen hier beter tegen, terwijl houten vlonders een warme legerplaats kunnen geven.

Een voorname kwestie is, hoe de gier moet worden afgevoerd. De vloer mag niet uitsluitend naar voren hellen, noch naar achteren. In het eerste geval komt de mest onmiddellijk langs alle troggen; in het tweede hebben de varkens geen droge ligplaats achter in het hok, waar de dieren na het eten zich direct heen begeven. Beter is het om den vloer langs een der diagonalen te laten hellen (fig. la); op de laagste plaats zullen de varkens dan ook den vasten mest deponeeren. De gier wordt nu vanuit elk hok direct naar de leiding gevoerd. Hiervoor is geen groote helling noodig; wanneer de vloer in totaal 5—10 cM. helt, is dit in de meeste gevallen voldoende.

De voedergang en de vloer van het fourage-magazijn worden bij voorkeur van beton gemaakt.

De voedertroggen eischen over het algemeen veel zorg; principiëel is de beste vorm die, waarbij het varken er niet in kan staan (fig. 4); meestal evenwel zijn de troggen ongeveer half rond, terwille van een vlugge reiniging.

Het materiaal moet dicht zijn en tegen knagen bestand. Hout is daarom absoluut te verwerpen. Beter is glad geschuurd beton (fig. 8), hoewel de melkrestanten hierop invreten. Grèsbuizen zijn het beste, zoowel voor losse biggen bakken (fig. 5), als ingemetseld (fig. 6). Geëmailleerde ijzeren bakken breken vlug en worden daarom ingemetseld (fig. 7), of bevestigd (fig. 9), dat alleen kantelen mogelijk is ter wille van de reiniging. In dit geval moet de voergang ook voorzien zijn van gootjes die het spoelwater afvoeren.

Voor het gemak tijdens het voederen dienen de klappen, die den trog aan het hok, of van den voergang kunnen afsluiten; deze zijn meestal van ijzer gemaakt of van hout met ijzerbeslag (fig. 7, 8 en 9).

Wordt er gevoederd dan vechten de varkens er om, wie in den kortsten tijd zooveel mogelijk naar binnen kan werken. De zwakken komen vanzelf in het gedrang. Bovendien eischt het voederen veel zorg en extra personeel. Gedurende eenige jaren is men daarom begonnen met z.g. automatische voederbakken aan te brengen, waar b.v. voor een week tegelijk aan meel wordt ingestort, terwijl een aparte drinkbak wordt geplaatst (fig. la en lb). De bakken kunnen zijn enkel of dubbel en zijn van een aantal kleppen voorzien, waar elk varken tegen kan morrelen (voor uitvoering detail, zie plaat XIV, fig. la en- lb). Hierdoor valt het meel bij kleine hoeveelheden in de trog, wat de spijsvertering ten goede komt. De varkens komen aan den trog wanneer ze honger krijgen, dus nooit alle tegelijk. Uitbijters komen niet voor; de onderlinge verstandhouding is uitmuntend, waardoor de groei wordt bevorderd. Dichte scheidingswanden blijken in de mesthokken niet meer noodig; grof gaas (fig. lc) is nu voldoende en veel goedkooper. Ook kunnen hierdoor veel meer varkens in een zelfde ruimte worden gehouden, dan met toepassing van de vaste bakken het geval is.

Sluiten