Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwille van de reinheid en met het oog op de bestrijding van ongedierte moeten alle urinegoten open zijn. De afvoerleidingen moeten bij voorkeur liggen buiten langs de hokken en niet onder de hokken. Verstopping zou dan aanleiding kunnen geven tot opbreken van de gemetselde vloeren.

De deurtjes die de hokken afsluiten, zoowel naar buiten als naar den voergang, moeten goed gesloten kunnen worden. De schuine grendels moeten buiten de hokken zitten, want de varkens zijn er over het algemeen zeer handig in om de deurtjes te openen.

In de gemengde varkenshouderijen dienen de nevenruimten tot afscheiding van de verschillende vleugels (fig. la). Men onderscheidt nog de lokalen voor het bereiden van het voeder, waar alles gekookt of gemengd wordt, en die voor bewaren van voederartikelen, als meel en melk. Stroo bergt men meestal daarboven op zolder, mangels en aardappels in een kelderruimte daaronder. In groote fokkerijen en mesterijen loopen vanuit het fourage-magazijn de karretjes op smalspoor. Ook de mest kan op gelijke wijze worden afgevoerd.

Ziekenstallen ontbreken meestal, hoewel van groote fokkerijen eenige aparte werphokken geen overbodige weelde zouden zijn.

6. Schapenstallen.

Ook aan de schapenstallen wordt tot dusver al heel weinig zorg besteed, zelfs daar, waar deze dieren in groote kudden worden gehouden. Immers behooren deze kudden vaak aan een groot aantal eigenaren, die er elk maar een bescheiden stal op na houden, b.v. eene kleine ruimte, afgeschoten in een bestaande schuur.

Al naar het doel van de schapenhouderij, de melk, de wol, de lammeren of het vleesch zou men uiteenloopende eischen kunnen stellen. Toch gebeurt dit bij ons te lande zelden, om bovenvermelde redenen. De eenige ruimte waar behoefte aan bestaat is een overdekte stalling, wanneer het bij sneeuwjacht of bij hevigen regenslag buiten te guur wordt.

Zelfs 's winters laat men overdag de schapen dikwijls buiten voor het laatste groenvoer, wat zij op veld of weide nog kunnen bijeengaren.

De schapen zijn in hun eischen zeer bescheiden, ook ten opzichte van hun winterverblijf. Wanneer de stal hoog is en droog, en het hoofdfront is op het Zuiden gelegen, dan is aan de voornaamste eischen voldaan.

Het grondoppervlak staat in verband met de grootte der schapen, en de gewoonte om ze vrij te laten rondloopen. Zonder de ruiven rekent men per volwassen schaap ongeveer op 0,70 M2. vloeroppervlak.

De meest gewenschte temperatuur is 10—YT C, voor lammeren 15 C, hetgeen door een doeltreffende ventilatie kan worden geregeld.

Het is gewenscht om den zolder hoog te maken, doordat men den mest meestal den gehjeelen winter laat zitten. Hooi dat op de balken wordt geborgen, wordt spoedig muf door de opstijgende mestdampen.

Sluiten