Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden aangebracht. Men rekent op een benoodigde hoeveelheid hooi van 100 K.G. per volwassen schaap, of 1,25 M2. zolderruimte. Het optassen geschiedt dan door een topgevel in het schuine dakvlak, of luiken boven de mestdeuren.

7. Kalverstallen.

Het verplegen en grootbrengen van jonge kalveren gaat met veel zorg gepaard; ondanks alle moeite gaan vele dieren aan kalverziekten ten gronde.

Voor het inrichten van kalverstallen moet men onderscheid maken naar den leeftijd van de bewoners, en het doel waarvoor zij worden grootgebracht. Mestkalveren b.v., die men in den kortst mogelijken tijd slachtrijp wil hebben, eischen maar een kleine ruimte en krijgen soms niet veel meer dan een kist, waarin elke beweging uitgesloten is. Deze belemmering van natuurlijke vrijheid heeft een onnatuurlijke vleesch- en vetaanzetting tengevolge, die in dit geval juist gewenscht zijn en waarbij nadeelige gevolgen zich niet doen gelden, omdat het kalf juist even te voren wordt geslacht.

Bij fokkalveren wenscht men de vrije beweging juist in de hand te werken. En de weide is wel de beste stalling die men zich kan denken; wanneer het kalf althans de prilste jeugd te boven is.

Het is in sommige streken van ons land gebruikelijk om de voorjaarskalveren in het najaar al in de rij van het oudere vee te plaatsen. Dat mag niet aangeraden worden. De kalveren zijn dan nog te jong om zoovele maanden achter elkaar op dezelfde plaats te moeten staan. Zij moeten vrijheid van beweging hebben en versche lucht inademen. Het kost meestal weinig moeite om in bijschuur of waar ook, een loopstal te bouwen voor 4 tot 6 kalveren. Deze kunnen zeer eenvoudig zijn, maar moeten aan eenige hoofdeischen voldoen, en wel van:

1°. Goede verlichting en luchtverversching.

2". Waterdichte vloer, terwille van gemakkelijk en vlug reinigen en ontsmetten,

met goeden afvoer van gier. 3°. Gemakkelijke voederinrichtingen.

Beide eerstgenoemde eischen spréken voor zich. Met het voederen heeft men over het algemeen veel last. Wanneer b.v. ondermelk wordt gegeven, kunnen de kalveren het elkaar en den betrokken knecht zóó lastig maken, dat er dikwijls veel wordt verspild, en de sterkste het meeste krijgt.

Voederen in een lange houten goot, zooals veelal gebruikelijk, moet om vele, vroeger genoemde redenen afgekeurd worden, terwijl tegen het drenken per emmer dit bezwaar geldt, dat er dikwijls candidaten zijn voor twee emmers. Toch heeft het drenken per emmer dit voor, dat met eenig toezicht elk kalf de voor haar bestemde portie krijgt. Dit gaf aanleiding tot de volgende constructie (XII, fig. la, lb en lc), waarbij een voedertafel is aangebracht buiten het voetmuurtje, dat de voorzijde van den stal afsluit. Deze tafel vertoont evenveel ronde openingen als er kalveren zijn. Elke opening wordt links en rechts begrensd door stalpalen, waar maar één kalf tusschen door kan.

Sluiten